Review: Seiko SBDX001 – Marinemaster 300

Ik heb iets met Seiko. Dat moge na mijn lofzang over de SKX007 wel duidelijk zijn. Een briljant horloge voor een schamele 300 piek. Veel moois voor je geld. Kun je nagaan wat je krijgt als je 2300 euro uitgeeft aan een Seiko duiker. Dan krijg je de Marinemaster 300 of de SBDX001.

Seiko maakt ‘klokkies’ van een paar tientjes en hele serieuze horloges van ettelijke duizenden euro’s. De Marinemaster is er eentje uit de laatste categorie. Niet zo duur als de Grand Seiko modellen maar even goed niet bepaald een prijsklasse die hem een gemakkelijke aanschaf maakt.

Seiko’s eerste duiker zag het levenslicht in 1965. Sinds die tijd zijn ze netjes door gegaan met het doorontwikkelen van hun duikers. Sterker, nauwkeuriger, je snapt het. De Marinemaster is een telg uit de Prospex familie. Duikers die misschien wat minder chique zijn dan de Grand Seiko zwemmers maar wel bekend staan om het feit dat ze praktisch onverwoestbaar zijn.

Qua design is de Marinemaster onmiskenbaar een Seiko duiker. Misschien dat hij een beetje retro op je overkomt maar dat doet hij precies op de juiste manier. Net zoals de SKX007 dat doet maar dan nog overtuigender. Bruter zo je wil. De KSX07 vergeleken we met de Defender, dit is dan een G-Klasse. Een flinke jongen, de kast van de Marinemaster is een dikke 44mm groot en 15mm dik. Dit maakt hem groter dan de meeste van zijn Zwitserse soortgenoten maar hij komt er mee weg. Niet in de laatste plaats omdat de kast en wijzerplaat bol staan van de prachtige details. Vooral de zijden van de kast vallen op door een bijzonder lijnenspel dat aangevuld wordt door een contrast tussen gepolijste en geborstelde oppervlakken. De lugs zijn dik en gebogen zodat hij wat compacter draagt dan de meeste horloges van deze afmetingen. De bezel is zwarter dan zwart. Pikzwart, alsof hij al het licht in de omgeving opzuigt. Minpuntje is misschien dat het geen keramiek is maar gepolijst staal. Het schijnt eerder te krassen. Een ander prachtig detail kun je vinden in de wijzers. Ook hier is het contrast tussen de gepolijste en geborstelde vlakken doorgevoerd. Op minuscuul niveau en dat is precies wat het belangrijk maakt. Geen enkel detail is overgeslagen.

Het meest opvallende aan de kast van de Seiko vind je aan de onderzijde van het horloge. Waar veel duikers een schroefdeksel hebben is de Seiko helemaal dicht. Mede hierdoor kun je het ding tot 300 meter diep af laten zakken zonder dat je gedoe krijgt met helium ontploffingen (serieus). Monobloc noemen ze het. Een bijzonder elegante oplossing. Inplaats van een ingewikkeld ventiel te maken hebben de Japanners er voor gekozen het uurwerk als het ware via de bovenzijde van de kast in het horloge te laten zakken. Simpel maar doeltreffend. Een zelfde soort oplossing vind je terug in de PloProf van Omega. Ook een monster van een ding. Het enig nadeel dat hieraan kleeft is dat, mocht er iets mis zijn met het uurwerk, dat het ding naar Japan moet om gemaakt te worden. Aan de andere kant een leuk verhaal, naar het schijnt zijn er slechts 20 mensen in de fabriek aanwezig die dit kunstje meester zijn.

Net als vrijwel alle andere Seiko’s is het glas niet van saffier maar van Seiko’s eigen Hardlex. Het krast iets sneller maar is sterker dan saffier. Bijzonder gaaf is de bolling in het glas. Of zullen we heel stoer ‘dome’ zeggen? Als je het horloge vanuit een hoek bekijkt zie je duidelijk dat het glas niet vlak maar bol is. Geeft het een heel serieus tintje als is het natuurlijk puur functioneel.

In de Marinemaster tikt Seiko’s 8L35 caliber, een mechaniek die ook in de Grand Seiko’s zit. Mocht je het niets zeggen, dit is een big deal. Stiekem toch een stukje haute horlogerie zullen we maar zeggen. Het enige verschil is dat het mechaniek in dit geval niet versierd is. Hoeft ook niet want je kunt het toch niet zien. Het uurwerk heeft een gangreserve van een dikke 50 uur. De kwaliteit van het uurwerk laat zich het beste illustreren door de nauwkeurigheid van de mechaniek. Een ‘chronometer gecertificeerd’ uurwerk mag 6 seconden per dag verliezen. De Marinemaster 300 verliest er 15 per maand.

De Seiko wordt standaard geleverd met een rubberen strap en een stalen armband. Beiden meer dan prima. De stalen ban is uitgerust met een extension clasp. Handig voor als je daadwerkelijk gaat duiken met het ding want hij past dan zonder geknutsel over je wetsuit. In het dagelijks leven betekent dit dat je hem gemakkelijk iets losser kunt maken. Ook niet onbelangrijk. Het enige echt minpuntje aan de armband is de buckle zelf. Deze voelt een beetje blikkerig aan en lijkt niet helemaal te passen bij de rest van het horloge. Ook krast hij behoorlijk snel.

Eigenlijk had ik mijn vingers niet willen branden aan de hele ‘Dat-Is-Veel-Te-Duur-Voor-Een-Seiko-Discussie’. Moesten we toch maar doen. 2300 piek is een hoop geld en veel mensen vinden dat te veel geld voor een Seiko. Punt is, dat is een groot deel van de wereld niet met je eens. Tweede punt is dat je ook nog eens heel veel waar voor je geld krijgt. Vergelijk hem eens met de Submariner, die kost je al gauw 6000 euro. Scheelt toch een slok op een borrel. Maar stel, je wilt koste wat kost iets Zwitsers kopen. Wat krijg je dan voor 2300 piek? Persoonlijk vind ik de Black Bay van Tudor een goede keus. Kleeft echter een groot nadeel aan. Het is een geweldig mooi horloge voor een vergelijkbare prijs maar daar kikt een ‘ordinair’ ETA 2824-2 uurwerk in. Dat krijg je ook voorgeschoteld in een Tissot van 600 piek. Beetje jammer dus.

Dus stel, je hebt iets meer dan 2000 piek te besteden. Je bent geen makelaar, houdt van mooie (duik)horloges en voelt er niet zo heel veel voor om voetbalvrouwen te scoren in de Platers met je Rollie dan is dit een bijzonder goede keuze…

In Nederland beschikbaar via de Seiko Boutique en, als je het aandurft, via het grijze circuit en Chrono24.